Uitkomst Ledenraad 9 maart - rol huisartsen bij vaccinaties

 
Uitkomst Ledenraad 9 maart - rol huisartsen bij vaccinaties
Op 9 maart jl. is de Ledenraad van de LHV digitaal bijeengekomen om te peilen hoe de leden denken over het vervolg van het COVID-19 vaccinatieprogramma en welke rol de huisartsen daarin zullen spelen. Met jullie reacties op de inventarisatie kon ik het geluid vanuit Drenthe goed laten horen. Er moet dus een goede balans worden gevonden tussen een vlotte uitvoering van de vaccinatiecampagne en het kunnen blijven leveren van de reguliere huisartsenzorg. De Ledenraad gaf het bestuur het mandaat om volgens die lijn de vaccinatie-aanpak verder uit te werken.

Ook de huisartsen in de LHV Ledenraad zien het grote maatschappelijke belang van een zo snel mogelijke uitvoering en ook dat de huisartsen daar veel aan kunnen bijdragen. Tegelijkertijd geven de huisartsen aan dat zij goed ondersteund moeten worden in die uitvoering. Van belang is ook dat de reguliere patiëntenzorg doorgaat.

Uitvoerbaarheid in de huisartsenpraktijk
Het is van groot belang dat de gekozen aanpak uitvoerbaar en haalbaar is voor de huisartsenpraktijken. Daarvoor zijn twee punten cruciaal:
1.     Ondersteuning voor huisartsenpraktijken in de uitvoering. Met name in het regelen van locaties buiten de huisartsenpraktijken, om aan de anderhalvemetermaatregelen en aan de 15-minuten-wachttijd na vaccinatie te kunnen voldoen.
2.     Levering van zo’n grote mogelijke batches per praktijk, zodat de vaccinatie zo efficiënt mogelijk kan worden uitgevoerd. Juist de kleine “plukjes” vaccin per keer hebben een grote impact op de huisartsenpraktijk en kosten in verhouding tot het aantal gevaccineerden dan veel inzet.Jaap van Delden, programmadirecteur COVID-19-vaccinatie bij het RIVM, was aanwezig bij de Ledenraadsvergadering en gaf aan beide punten mee te nemen in de verdere uitwerking die het RIVM in afstemming met de LHV maakt. 

Het verzoek van de overheid komt er op neer dat huisartsen worden gevraagd om:
a.     de groep van 60- tot 65-jarigen te vaccineren (waarmee ze in sommige provincies al zijn begonnen), plus de hoog-risicogroepen mensen met het syndroom van Down en mensen met morbide obesitas;
b.     de groep 60-minners met een medische indicatie te vaccineren;
c.     de niet-mobiele 65+ers (mensen die zijn uitgenodigd voor vaccinatie door de GGD, maar niet naar een GGD-locatie kunnen worden vervoerd) thuis in te enten.
d.     en tenslotte om – als dat nodig is – een deel van de 18- tot 60-jarigen te vaccineren, als er zoveel vaccins tegelijkertijd binnenkomen dat de GGD’en die met hun maximumcapaciteit niet allemaal gezet krijgen.

Van dit laatste punt is niet zeker of dit zal plaatsvinden en zo ja, hoe groot dan het beroep is dat op de huisartsen wordt gedaan. Dat hangt af van de vaccinleveringen. De GGD’en hebben aangegeven te kunnen opschalen tot maximaal 1,5 miljoen prikken per week. Het beroep op de huisartsen gaat dan om de situatie dat die GGD-capaciteit onvoldoende is om alle beschikbare vaccins te zetten. Dan worden de huisartsen gevraagd hun prikcapaciteit ook voor een deel van deze groep in te zetten.

Mandaat om door te gaan
Met 22 van de 23 Kringen en de afdeling Wadi die voorstemden, heeft het LHV-bestuur een breedgedragen mandaat gekregen om met het RIVM, VWS en de GGD’en de vaccinatie-aanpak verder in te vullen.
Ella Kalsbeek: “De Ledenraad heeft aangegeven dat ze de uitgangspunten onderschrijven. Een stevige voorwaarde in die uitgangspunten is dat het uitvoerbaar en haalbaar is in de huisartsenpraktijken. Onder die voorwaarde gaan we verder.” 
Als afgevaardigden vanuit Drenthe zijn het we het hiermee eens.